Anne van Dalen | Autodidact
15976
post-template-default,single,single-post,postid-15976,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,transparent_content,qode-theme-ver-10.1.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1,vc_responsive
helft van tweeluik

Autodidact

 
Autodidact

 
“Je leidt jezelf dus op aan je eigen academie”, oppert goede vriend en weldoener C. tijdens onze tigste lekker-eten-date waarbij de voortgang van mijn werk telkens uitgebreid over tafel gaat. Hm ja, zo zou je het kunnen stellen. Als we 2015 – het jaar waarin ik mezelf tot kunstenaar uitriep – zien als moment van intrede dan zal 2018 het jaar worden van mijn afstuderen.
Eens kijken wat Kunstacademia daarover te melden heeft. De verwachting die men van de vierdejaars kunstenaar-in-opleiding heeft, luidt: Je maakt je eigen ambities bespreekbaar. Je richt je op onderzoeksgebieden. Tijdens je stage kun je de beoogde kunstpraktijk vanuit een breder perspectief op het werkveld en de wereld overdenken. Conclusies en consequenties uit je stage neem je mee in je onderzoeksvoorstel voor je examen. Gemeenschappelijke invalshoeken en onderzoeken worden ondergebracht in een eindexamenexpositie waarvan je met je medestudenten de vorm en inhoud bepaalt. (AKV/StJoost)

Hoe het jou (de lezer) gesteld is weet ik niet, maar zulke taal bezorgt mij acuut pukkeltjes. Volgens mij staat er zoiets als dit: je bedenkt waar je naar toe wilt, je kijkt eens om je heen, je probeert het een en ander en je vertaalt dat alles naar wat het voor/volgens jou betekent. Tenslotte draai je er een drol van en zeg je ‘kijk mama, heb ik gemaakt’. Het is niks anders dan wat jij en ik vanaf het moment van geboorte dagelijks doen. We noemen het leven. De kunst van leven – levenskunst – beoefenen we allemaal. Elke dag opnieuw tot aan onze laatste snik. Er is geen dag die we kunnen overslaan. We kunnen niet met een ander ruilen. Geen mens die het van ons overneemt. Hoe zit het dan met die zelf-doen kunstacademie van me.

 
1e jaar

In de afgelopen drie jaar heb ik mijn eerste stapjes gezet, tandjes gekregen en woordjes gebrabbeld. Het eerste jaar ligt de focus op zwerfafval. Het is een logisch uitvloeisel van de zwerfafvalreis die ik het jaar ervoor aflegde [Een jaar lang trok ik blootvoets hardlopend door Nederland, overnachtte bij sponsors en onderweg raapte ik zwerfafval.] Ik houd me bezig met het materiaal, de betekenis en de impact die plastic heeft op mij, wij en maatschappij. Plastic fascineert me enorm en ik maak o.a. tijdelijke arrangementen op straat; samenstellingen op kleur & vorm en objets trouvée. Fotografie wordt een vast bestanddeel hetgeen leidt tot digitale beeldbewerking en -manipulatie. Gaandeweg verlegt mijn aandacht zich van buiten naar binnen, van de straat naar het zelf. Klassiek eerstejaars gedrag volgens Mr Motley’s 10-dingen-die-je-moet-weten-als-je-naar-een-kunstacademie-gaat. De kunstmatigheid van digitale fotografie, plastic en lichaamscultuur zet ik om naar gefotografeerde gemanipuleerde zelfportretten met o.a. op straat gevonden zonnenbrillen en plastic tasjes. Ik doe een belangrijke ontdekking: het materiaal aan den lijve ondervinden voegt een wezenlijke ervaring toe aan het maakproces. Ik moet het vóelen.

 
2e jaar

In het tweede jaar leidt die ontdekking tot een materiaaloverstap. Van plastic zwerfafval naar plastic verf. Priegelen met een kwast doet me weinig dus die laat ik al gauw achterwege. Zonder pardon doop ik m’n vingers, m’n handen en al gauw mijn hele lijf in de verf. De zintuigelijke ervaring en het rechtstreeks overbrengen op papier geeft meer bevrediging, meer uitdrukking. Het resulteert in een serie zelfportretten van lichaamsafdrukken op levensgroot formaat. En dan is er de toevallige ontdekking op you tube van de colleges van fysicus Richard Feynman over de kosmos, quantumdeeltjes, koolstofatomen, het universum. Al luisterend vertaal ik zijn wetenschappelijke lessen in een serie met-de-hand-gemaakte abstracte schilderingen. Ik sluit dit 2e jaar af met – u raadt het al – een door mijzelf samengestelde expositie gecombineerd met de werken van twee verwante kunstenaars.

 
3e jaar

Een mens is nooit te oud om te leren en als auto-didacticus heb ik de vrijheid om zelf te bepalen hoe wat waar en bij wie ik te rade ga. Daar komt bij dat ik, in tegenstelling tot de jonge kunstacademie-student, al meerdere levens achter de rug heb. Zowel in breedte als in diepte levert dat voorsprong op en een vat vol ervaring en herinneringen om uit te putten. De kunst die ik ken uit mijn jonge jaren bekijk ik vandaag anders en opnieuw, frisser. Kunst van nu bezie ik in de context van wat er aan voorafging. Alles was, alles is en alles zal weer zijn. Ik ervaar momenten van diepgewortelde twijfel (Mr Motley 10-dingen-die….) en flitsen van genialiteit. Frustratie en inspiratie liggen met elkaar overhoop. Alles wat ik maak moet ineens betekenis hebben. Spontaniteit is ver te zoeken. Waar is mijn onbevangenheid gebleven? Kortom, het derde jaar ervaar ik als verrekte lastig. Het komt mijn artistieke vrijheid niet ten goede dat ik geplaagd word door chronisch gebrek aan financiële zekerheid en een onzekere woonsituatie. Als ik mezelf in een vlaag van verstandsverbijstering dan ook nog eens vastpin op het thema ‘geld’ is de chaos compleet. Niks komt nog uit mijn handen, ik heb mezelf in een hoek geschilderd. Pas na maandenlang gepruts in de marge verschijnt er een lichtpuntje.

Mijn bevrijding bestaat uit een drietrapsraket: erkennen van de situatie; verandering van omgeving; hulp van buitenaf. Een bezoek aan bevriend kunstenaar Keith Brighouse in Engeland geeft lucht en, fietsend door het heuvellandschap van Zuid-Yorkshire, ruimte. Bij terugkomst in Nederland ontvang ik via een vriendin een geweldigde gift bestaande uit restanten verf en oude doeken van Willem van Doorn, kunstenaar in ruste. Ik sta mezelf toe in vrijheid te werken – weg met het thema – en intuïtief te ervaren. Het doek, de verf en ik. Meer niet. Ik schilder als een gek en produceer doek na doek. Hoe minder ik nadenk hoe vlotter het proces. Doen gaat vóór denken. Vlagen van visie met een eigen verloop. Het verband tussen het ene en het andere werk ís er, daar hoef ik me niet bewust mee te bemoeien. Dit werk ontstaat in een periode zoals in het tweede jaar de body prints een periode weergeven. Zolang ik me er middenin bevind, houd ik me niet bezig met analyse of betekenis. Een dag wordt een week, een maand, drie maanden… en dan is het uit met de pret. Als een ballon waaruit beetje bij beetje de lucht ontsnapt zo voel ik me leeglopen. Een paar halfbakken pogingen nog en dat is het wel zo’n beetje. Vijfendertig doeken. Sommige herken ik direct als zijnde ‘goed’, andere vallen in de categorie ‘het heeft wel wat maar…’ en weer andere zijn óf buitenbeentjes óf ondermaats. Het is nu tijd om even afstand te nemen alvorens te oordelen. Het eindresulaat van deze serie werken vormt de basis voor weer een tentoonstelling.

 
Die expositie wordt de opmaat naar het vierde en laatste jaar van mijn zelf-doen kunstacademie in 2018: watch this space!

 
 
 
Mister Motley 10 dingen die je moet weten als…

 
HERHAALDE OPROEP
 
Beeldend kunstenaar zoekt (gratis) PAND te gebruiken als woning-atelier-galerie-salon

afmeting: van 100m2 tot 1000m2

voorzieningen: eenvoudig is goed genoeg. water/riolering, electriciteit, verwarming

periode: voor de duur van 4 jaar, liefst langer

locatie: ergens in Nederland (of net daarbuiten)

voorkeur: stille omgeving

bereikbaarheid: treinstation / OV

bijzonderheid: vrij van huur!

concrete tips graag mailen naar annevandalen@xs4all.nl