Anne van Dalen | Blog
1815
page-template,page-template-blog-large-image-whole-post,page-template-blog-large-image-whole-post-php,page,page-id-1815,page-parent,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,transparent_content,qode-theme-ver-10.1.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1,vc_responsive

 
Een duik in het verleden, naar de website van de zwerfafvalreis om te herontdekken dat de term ‘je geld of je leven’ zich bij mij vier jaar geleden al aankondigde, in een blogbericht van 6 februari 2014 om precies te zijn. Net als in mijn huidige kunstproject waren het ook toen individuele sponsors die mogelijk maakten dat ik kon doen wat ik deed. En net als nu maakte die hardloopreis door Nederland het noodzakelijk om te na te denken over de rol die geld speelt in ons (mijn) bestaan. Dit is wat ik er toen over schreef:
 

Annelooptlangzaamhard. 6 februari 2014 > GELD. Sta mij toe u mee te nemen op een korte reis. Een reis waar kinderhandjes gauw gevuld worden, pubers bijbeunen, jongvolwassenen lanterfanten en professionals zich een breuk werken om tot de slotsom te komen dat het ook anders kan.
 

Onze kijk op geld is gekoppeld aan het werkwoord verdienen. Een mens moet werken en zijn geld verdienen is de algemeen geldende regel. Aan die norm heb ik me net als u en vele anderen geconformeerd. Als kind werd ik vanuit die gedachte keurig geconditioneerd met zakgeld dat me door mijn ouders onthouden werd als ik niet braaf was, want voor wat hoort wat en wie betaalt bepaalt. Als tiener werd het zakgeld uitgebreid met kleedgeld. De naam verraadt het al, die (toen nog) guldens zijn geoormerkt en feitelijk bedoeld om m’n moeder te bevrijden van het eindeloze gezeur van “al mijn kleren zijn stom”. Ouders denken (terecht) dat ze er goed aan doen om hun kroost te leren omgaan met de lasten en de lusten die het bezitten van geld met zich meebrengt, maar er zit een keerzijde aan. Eenmaal de smaak te pakken dreef geldhonger me de boer op. Zomervakanties bracht ik op m’n knieën door tussen de aardbeienbedden, veilingkistje na veilingkistje vullend conform instructie “alleen de rode, mét kroontje, niet knijpen en niet kletsen!” De zoete verdiensten gingen op aan sigaretten, make-up en prullerige sieraden. Tegen de tijd dat ik de middelbare school verliet was de jeugdwerkloosheid sinds de crisis van de jaren ’30 niet zo hoog geweest en zou de jaren erna alleen nog maar stijgen. Voor mij en mijn generatiegenoten was er de RWW uitkering. Gratis geld in ruil voor sollicitatieplicht en wekelijks bezoek aan het arbeidsbureau waar de betreffende ambtenaar de moed had opgegeven om me aan een niet-bestaande baan te helpen. Ik was 18, woonde goedkoop op kamers en deed weinig anders dan luieren en feesten. Het waren gouden jaren.

 
Als ik het dorp uit trek trekt de economie aan. Den Haag biedt zicht op arbeid en in de functie van ongediplomeerd bejaardenhulp krijg ik mijn allereerste verdiende loon. Werk brengt genoeg geld in het laatje om er mee te kunnen strooien. Ik geef het weg aan ondernemers in mode- , toeristen-, en meubelindustrie en middenstanders als kapper en kroegbaas. Ik doe als alle mensen om mij heen. Zo verandert werken om te leven ongemerkt in leven om te werken.
 

In de jaren negentig is de term ‘overspannen’ vervangen door het hippere ‘burn-out’ en klim ik uit m’n eerste depressie. Elk nadeel heb z’n voordeel en een relatiebreuk met daar uit voortvloeiende gedwongen huisverkoop spekt m’n banksaldo zodanig dat ik mezelf kan gaan herontdekken in Australië. Zes maanden lang geniet ik van deze vrijheid. Als het niet gelogen was zou ik zeggen geld speelt geen rol, maar het is juist die zak met geld die maakt dat ik tijd kan besteden aan zaken die er toe doen: lachen, luieren, luisteren, voelen, vrijen, vrienden, gezellig, gezond, gelukkig.
 

De eerste jaren van de nieuwe eeuw staan in het teken van het vinden van een heilzame balans tussen tijd en geld. Werk en privé combineren we efficiënt in een leuke baan, met leuke collega’s en een leuke baas. Met z’n allen werken we ons het schompes, we consumeren ons een breuk en moeten tegelijkertijd sparen sparen sparen voor later want tegen de tijd dat wij met pensioen mogen is het gedaan met de welvaartsstaat. Het lijkt heel wat want we zijn allemaal druk druk druk. Hoe leuker de baan, hoe meer ik verdien, hoe minder ik me afvraag… hoe het mogelijk is dat ik me opnieuw midden in het land der depressieven bevind. Nu is geld ineens besmet. Grootverdieners nagelen we aan de schandpaal want het is crisis! Niet alleen ik maar heel de wereld zit in een dal. “Moedeeeer ik wil er af!” Drastische maatregelen zijn nodig: consuminderen is het devies. Geen nieuwe kleren/meubels/spullen, zoveel mogelijk hypotheekschuld aflossen en mijn dagen vullen met doen wat goed voelt. Dat lucht op.
 

Zó blij, zó blij… want de anderen dat zij wij. In gesprek met mensen op mijn pad valt me op hoezeer geld u en mij dwarszit. Die gesprekken lopen vaak langs dezelfde route: “Ja Anne, doen zoals jij dat wil ik ook wel. Als ik het voor het zeggen had zou ik het liefst (…) maar hoe kom ik dan aan geld?” Telkens is die geldvraag de eerste ‘maar’ die ik te horen krijg. Voor mij een instinker omdat ik geneigd ben het vraagteken te interpreteren als een verzoek om hulp bij het vinden van een antwoord. Het duurt dus even voor ik snap dat het de steller niet gaat om het verwezenlijken van de droom maar – tegengesteld daaraan – om het opwerpen van een barricade, een dubbelbluf barricade omdat de oplossing al is verstopt in de eerste helft van de zin “als ik het voor het zeggen had” en om de valkuil nog dieper te maken: een derde blufbarricade verscholen in “dat wil ik ook wel.” Avond aan avond denk ik behulpzaam te zijn door met de gesprekspartners op onderzoek te gaan naar antwoord en oplossing zodat zij werk kunnen maken van hun voornemens en nieuwe leven. Na weer zo’n avond vruchteloos discussiëren heb ik eindelijk de juiste vertaling te pakken: als ze zeggen “dat wil ik ook wel” bedoelen ze “op momenten dat de wasmachine stuk is, de kinderen door het huis schreeuwen, het eten aanbrandt, de rits van mijn lievelingsbroek niet meer dichtgaat en mijn man belt dat ‘ie nog even met collega’s gezellig gaat borrelen… ja op die momenten wil ik ook wel net als jij de hele dag een beetje buiten lopen met niets meer dan een rugzak zonder zorgen, maar op alle andere dagen ben ik best tevreden en hoef ik met niemand niet te ruilen.” De woorden “als ik het voor het zeggen had” staan voor angst en een zeker gebrek aan zelfvertrouwen “Ik durf niet voor mezelf te kiezen, daarom verschuil ik me achter tegenwerpingen zoals de kinderen zijn nog klein/in dit dorp accepteren ze dat nooit/daar heb ik geen diploma voor.” De zin “Maar hoe kom ik dan aan geld?” betekent niet anders dan “Ik wil veranderen maar ik wil er niets voor hoeven láten”. Zo bekeken blijft onze relatie met geld een moeizame. Oók als je er van af wilt.
 

Bij de start van dit zwerfafvalreisavontuur bedacht ik dat het vinden van (structurele) sponsors simpelweg zou lukken, dat de verkoop van m’n huis niet lang op zich zou laten wachten, dat het spaarvarken vet genoeg was; mijn uitgaven onderweg zouden minimaal zijn, logies en eten wordt immers in ruime mate gedoneerd. Van deze zaken zijn alleen de laatste uitgekomen, de pinpas komt gelukkig zelden tevoorschijn. Zo is het dat bij het opmaken van de balans ik tot ontdekking kom dat het spaarvarken een mager speenvarken is, dat het vinden van grote sponsors zo eenvoudig niet is, en dat de hypotheeklast ondanks extra aflossingen in onevenredige mate op het budget drukt. Door geld wil ik me niet laten weerhouden daarom besluit ik opnieuw tot een drastische maatregel: weg met het koophuis! Op het raam hangt een bord TE KOOP in de hoop dat ik iemand een plezier kan doen met een leuke eengezinswoning met tuintje in Den Haag. Eenmaal verlost van de grootste geldslurper is het mijn voornemen om mijn reisavontuur voort te zetten op basis van mini-mini-minimale kosten.
Zo kom ik tot de conclusie dat ik, in mijn wens om er zo veel mogelijk van los te komen, ook in deze fase opnieuw hoofdzakelijk bezig ben met geld. Het is waar wat ze zeggen: “Je geld of je leven!”

 

Artistieke drang

 
Het kan verkeren. In het blog van vorige maand schrijf ik dat krantensnippers me de nodige inspiratie gaan brengen in de vorm van papier maché sculpturen. In gedachten zag ik mezelf al in de weer met behangplak en kippengaas maar ineens openbaart zich een heel ander pad. Van het ene op het andere moment zit ik op een krukje uren achtereen ingespannen een portret te schilderen. Met een kwast! Op doek! Hoe braaf! Maar waarom dan toch? Ik moet toegeven: ik heb geen idee. De oorsprong van deze onverwachte behoefte is me een raadsel en alsof dat niet genoeg is zie ik niet hoe het schilderen van gefantaseerde portretten ook maar iets te maken heeft met #jegeldofjeleven, maar telkens als ik mijn aandacht richt op geldzaken lijkt een onzichtbare hand me een andere kant op te sturen. Het zet mijn ideeën over #jegeldofjeleven onder druk en daar word ik iebelig van. Om houvast te vinden graaf ik me dieper in. Op bezoek bij bevriend kunstenaar Keith Brighouse in Engeland, heb ik in Doncaster een ontmoeting met fotograaf Les Monaghan over zijn project #relativepoverty, het verbeelden van armoede en hoe dat hem aanzet tot politiek activisme. Iets waar ik mezelf steeds meer toe geneigd voel. Ook wissel ik uitgebreid van gedachten met Simon Duffy, oprichter van een denktank, het Centre for Welfare Reform, over sociaal-economisch gedachtegoed, hervormingen en het opnieuw ontwaken van een burgerbeweging. Het is een vervolg op een eerdere kennismaking met Jason Leman, trekker van een groep mensen in Sheffield die zich bezighouden met het basisinkomen. Een interview met mij is te lezen in het kunst-cultuur-politiek tijdschrift Now Then. Zij zijn denkers én doeners en deze ontmoetingen zijn niet alleen warm en leuk maar ook wederzijds interessant en het vormt aanleiding tot nieuwe plannen die mits goed uitgevoerd politieke actie tot politieke kunst zou kúnnen verheffen. Tot uitwerken van die ideeën komt het vooralsnog niet, in plaats daarvan oefen ik in het schetsen van gezichten. Hou op! Stop met die flauwekul en ga geld drukken, roep ik mezelf tot de orde. Tevergeefs. Het lukt niet. Mijn hoofd zit vol hoofden die naar buiten willen en iets in mij maakt dat ik móet toegeven aan deze vreemde artistieke drang die, zover ik kan beoordelen, nog geen doel of betekenis kent. Ik kan me niet herinneren zoiets eerder meegemaakt te hebben en ik hoop maar dat je met me meereist op dit onontgonnen pad. Misschien loopt het dood, misschien bevinden we ons in een doolhof, misschien vinden we de pot met goud aan de voet van de regenboog en misschien leidt deze portretterij via een omweg alsnog naar #jegeldofjeleven.
 

De stand op 1 augustus

Er zijn 45 deelnemers van de gedroomde 100 die nodig zijn om in mijn kunstenaarsbestaan te voorzien. Het werven van nieuwe sponsors staat heel even op een laag pitje, maar vanaf september gaat de campagne weer op volle kracht vooruit. Ik hoop de kring van weldoeners uit te breiden door het aanboren van nieuwe bronnen, bijvoorbeeld door me tegen vergoeding als aanjager/spreker aan te bieden voor gespreksbijeenkomsten over basisinkomen, burgerschap en leven op je eigen voorwaarden.

 
Ken jij mensen/groepen/organisaties/bedrijven die uitgedaagd willen worden om vrij te filosoferen over persoonlijke sociaal-economische vernieuwing? Laat het me weten of, nog mooier, mail naar annevandalen@xs4all.nl en nodig me uit.

Versnipperd

De uitspraak ‘je moet niet alles geloven wat je in de krant leest’ kennen we allemaal. Liegen dat het gedrukt staat, is er ook zo een, net als papier is geduldig. Dat laatste is maar goed ook want ik merk dat het tijd kost om de draai te maken van het werk dat ik afgelopen jaar maakte naar het nieuwe thema ‘je geld of je leven’. Om op gang te komen kun je maar het best gewoon ergens beginnen. Zo bedacht, zo gedaan.

Bij het opruimen van mijn atelier sta ik met een stapel oude kranten in mijn handen en mijn oog valt op de kop boven een artikeltje ‘bankier gearresteerd op verdenking van miljoenenfraude’. Ik neem een schaar en knip ‘m uit. Een paar uur later heb ik een verzameling koppen aan de ene kant en pagina’s met gaten aan de andere kant. Er is geen houen meer aan. Na de kranten zijn de reclamefolders aan de beurt. De oud papierbak naast de voordeur is een bron van geluk.

Stuntprijzen, kiloknallers, voordeelbonnen… ze vallen stuk voor stuk ten prooi aan de schaar. Al gauw liggen de koppen uit het economiekatern van de Volkskrant naast de aanprijzingen uit de ALDI-folder. Ik ontdek steeds grotere letters voor alsmaar lagere prijzen. Het kreten van de reclame zijn het jargon van de journalist. Elke dag weer wordt niks nieuws onder de zon verpakt in een nieuw jasje. Mijn ogen scannen van kop naar kop en ik absorbeer letters tot ik een ons weeg – NU VOOR 0,99 CENT . Het onderscheid tussen propaganda en informatie verdwijnt als sneeuw voor de zon en al wat rest zijn losse snippers. Eureka! Die snippers vormen de basis voor papier maché en met papier maché kan ik alle kanten op. Iets in mijn hersens draait een slag en ik voel het kwartje vallen.

Waardevast

“Als de kunst die je maakt niet verkoopt heb je geen bestaansrecht”, werd mij in niet mis te verstane bewoordingen door reaguurders aan het verstand gebracht naar aanleiding van de NOS publicatie over mijn Onsbasisinkomen. Het artikel vertelt hoe ik, bevrijd van financiële onrust naar hartelust werk produceer zonder me te hoeven bekommeren over de al dan niet commerciële waarde van mijn inspanningen. Kortom het hebben van een basisinkomen schept artistieke vrijheid.
De prijs die ik voor die vrijheid betaal is nul niks nada noppes want het hele eieren eten van een basisinkomen is nu juist dat er geen voorwaarden aan gesteld worden. Kortom, het basisinkomen is een geschenk. Wat niet betekent dat het me, als ontvanger van dit cadeau, niks kost. Omdat het hebben van een basisinkomen op zijn zachtst gezegd nogal ongebruikelijk is, roept het uiteenlopende reacties op die variëren van positief “fijn voor je, het is je gegund” of “dat wil ik ook wel” naar negatief “daar betaal ik geen belasting voor” tot aan agressieve verontwaardiging “de rambam voor je, ga werken, uitvreter”. In de publieke belangstelling staan, zo valt te constateren, brengt dus kosten met zich mee. Ik betaal er als kop van Jut een prijs voor. Op sommige momenten voelt het alsof ik teveel betaal en op andere momenten prijs ik me gelukkig. Dat laatste is bijna altijd het geval, het maakt dat ik de kwaadwillende dan wel goedschikse reacties op de koop toeneem. Maar… handen af van mijn bestaansrecht. Geen mens is minder of meer waard dan een ander. Daar valt niet op af te dingen, het geldt voor mij, voor jou en voor ons allen. Elk mens heeft het onvoorwaardelijke recht te bestaan.

Zet me aan het werk

Het is mijn diepste wens om in zo groot mogelijke vrijheid mijn kunstenaarschap te beoefenen vanuit de overtuiging dat kunst het leven zin geeft. Kunst is waardevol voor mij én voor anderen. Om zulke waarde te kunnen creëeren is geld nodig. Geld waaraan het mij als kunstenaar ontbreekt. Juist dat dilemma vormt de aanleiding voor mijn nieuwste kunstproject Je geld of je leven.

 

In Je geld of je leven is de hoofdrol weggelegd voor geld. Geïnspireerd door mijn ervaringen met het basisinkomen ga ik me een jaar lang bezig houden met geldzaken. Hoe we ermee werken, hoe we  ermee (over)leven en wat geld met ons doet. Van een vriend kreeg ik een oude etspers cadeau en met uw financiële steun ga ik -letterlijk- de geldpers laten draaien; een berg goudfolie -van straat geplukt- ligt klaar om verwerkt te worden; evenals een stapel oude boeken over economie. Voor elk tientje dat ik ontvang maak ik 1000 euro kunstgeld. Inspiratie heb ik in overvloed, waar het me aan ontbreekt zijn de financiële middelen om o.a. de huur van mijn atelier van te betalen. Dat is waarvoor ik u om hulp vraag.

 

Dit project is te verwezenlijken met 100 donateurs die zich voor de periode van 1 jaar en €10 per maand verbinden aan ‘je geld of je leven’. Het project start op 1 juni en heeft een looptijd van 12 maanden, tot juni 2018. Het wordt afgesloten met opnieuw een expositie waarbij onder de 100 donateurs 1 werk verloot zal worden. Er valt dus voor iedereen wat te winnen. Gulle gevers kunnen zich direct al aanmelden. Mail naar annevandalen@xs4all.nl onder vermelding van ‘Je geld of je leven’. Er is nog maar plaats voor 49 deelnemers want de eerste 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50  51 donateurs hebben zich al aangemeld.

 

.

 

Wat staat er te gebeuren

De opening op zaterdag 13 mei van de expositie ‘dead centre of the universe’ met body prints, schilderijen, tekeningen, foto’s, video’s en sculpturen van drie opmerkelijke kunstenaars, te weten Keith Brighouse, Major Wilco en ikzelf Anne van Dalen. De tentoonstelling is te zien tot 3 juni.

 

Waarom dit initiatief voor een pop-up galerie

Het idee voor een eigen, tijdelijke, tentoonstellingsruimte is ontstaan uit noodzaak. Galeriehouders en presentatieruimtes die brood zien in een beginnend autodidact van boven de vijftig met nul exposities op haar naam, zijn dun gezaaid. Het is voor veel kunstenaars moeilijk om gezien te worden en om mijn werk aan het publiek te kunnen tonen moest ik mijn eigen kansen creëeren zodoende heb ik initiatief genomen en de makelaar die het pand in beheer heeft benaderd met de vraag of ik het tijdelijk mocht gebruiken. Dat mocht en vanaf dat moment heb ik alles in sneltreinvaart op de rails gezet. Ik ben ontzettend blij dat me dat hier in Zwijndrecht is gelukt.

 

Hoezo Zwijndrecht

Zwijndrecht is mijn nieuwe thuis nadat ik in 2016 vertrok uit Den Haag waar ik 30 jaar gewoond heb. Sinds een jaar woon en werk ik nu in een voormalig schoolgebouw. Wat Zwijndrecht geeft is ruimte, rust en buitengewoon aardige mensen. Ik voel me hier op mijn gemak dus toen ik besloot dat de tijd was gekomen om mijn werk aan de buitenwereld te laten zien was de keus voor mijn nieuwe thuishaven snel gemaakt. Voorwaarde was wel dat de locatie centraal gelegen is en goed bereikbaar met openbaar vervoer zodat ook mensen van buiten Zwijndrecht de expositie makkelijk kunnen bezoeken. Omdat ik zelf antikraak woon heb ik een zwak voor leegstaande panden vandaar dat mijn oog viel op de Twister: pal naast het station en met 900m2 vloeropppervlak ook nog eens loeigroot. Dat moet ook wel want het werk dat ik maak is niet klein.

 

Vanwaar de titel ‘dead centre of the universe’

De naam voor de expositie houdt ook weer deels verband met Zwijndrecht. Veel van mijn Haagse vrienden reageerden verbaasd op mijn verhuizing. In zo’n dorp valt niks te beleven zeiden ze, en zelf vond ik dat ook. Maar Zwijndrecht is voor mij het middelpunt geworden, mijn stukje van het universum en omdat het hier alle dagen doodstil is deed het me denken aan het oog van de storm. Filosofisch gezien refereert de titel aan drie hoofdzaken: dood, leven, en seks. Als kunstenaar geef ik daar uitdrukking aan, letterlijk en figuurlijk, in zogenoemde body prints: een afdruk van mijn lijf, het lichaam waarin ik huis, het centrum van mijn bestaan. Eenzelfde oorsprong op een heel andere manier is terug te vinden in het werk van de twee overige kunstenaars in deze expositie, Keith Brighouse en Major Wilco. Beiden zijn in bezit van verbeeldingskracht die uitstijgt boven dat wat veel mensen gewend zijn. Major Wilco’s waskrijt-tekeningen puilen uit van pijn en wellust. Keith Brighouse, gebruikmakend van video en fotografie, trekt aan, stoot af en brengt ons in verleiding.

 

 

Basisinkomen, wat doet dat

De kosten voor gebruik van het pand, de opening, alles wat nodig is om deze expositie te organiseren wordt door mij uit eigen middelen betaald. Ik bekijk het als een investering die van levensbelang is voor mijn voortbestaan als autonoom kunstenaar. Nou ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik afgelopen jaar heb mogen leven van een gecrowdfund experimenteel basisinkomen dat loopt tot juni. De €1000 per maand die ik via onsbasisinkomen.nl mocht ontvangen en de vrijheid die dat heeft opgeleverd (niet hoeven piekeren over commerciële zaken) is waar elke kunstenaar van droomt. Sterker nog, niet hoeven stressen over geld daar knapt ieder mens van op. Leven van een basisinkomen maakte het mogelijk om me fulltime te wijden aan het produceren van de serie tentoongestelde werken en zonder basisinkomen had ik het risico van deze expositie niet genomen.

 

Hoe straks verder

Uiteraard hoop ik dat deze investering zichzelf terugbetaalt uit de verkoop van het werk uit de expositie. Mensen die een kunstwerk zó waardevol en aantrekkelijk vinden dat ze het willen bezitten om er thuis elke dag naar te kunnen kijken… daar word ik als maker ontzaglijk blij van. De mogelijkheid om meer en nog betere kunst te produceren wil ik ook het komende jaar ten volle benutten. Het is mijn diepste wens om in zo groot mogelijke vrijheid mijn kunst te beoefenen vanuit de overtuiging dat kunst het leven zin geeft. Niet alleen voor mij persoonlijk waardevol maar ook voor anderen. Om die waarde te kunnen creëeren heb ik opnieuw voldoende financiële middelen nodig en dat is een forse uitdaging.

 

Nieuw project

Daar heb ik het volgende op bedacht: ik zoek 100 liefhebbers van kunst, donateurs, die zich voor de periode van 1 jaar en €10 per maand verbinden aan mijn nieuwste project “Je geld of je leven”, op dezelfde onvoorwaardelijke manier als bij het basisinkomen het geval was. Gedurende dat jaar ga ik verder zoals ik afgelopen jaar deed: leven op bescheiden voet, fulltime gefocust op het produceren van werk, me gesteund wetend door mensen met een warm hart. Het project heeft een looptijd van 12 maanden, tot juni 2018, en wordt afgesloten met opnieuw een expositie waarbij onder de 100 donateurs 1 werk verloot zal worden. Er valt dus voor iedereen wat te winnen. Gulle gevers kunnen zich direct al aanmelden. Mail naar annevandalen@xs4all.nl onder vermelding van ‘Je geld of je leven’. De eerste 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 donateurs hebben zich al gemeld.